Mastplaten

Voorkomt dat de mast verder naar beneden zakt…


Mastplaten

Veel van onze schepen zijn in de 70-jaren gebouwd en grote kans dat de originele mast er nog op staat. Dat hoeft geen probleem te zijn zolang de mast met enige regelmaat op een aantal onderdelen wordt gecontroleerd. Een voor de hand liggende is de controle op rot op en boven de hommer, een andere is het controleren dat de mastringen nog op de juiste plaats zitten en aan de bovenzijde zijn dicht gekit. Inderdaad aan de bovenzijde en niet aan de onderzijde. Dit is omdat de mast taps toeloopt en de mastring waarschijnlijk niet over de hele hoogte van de band contact met de mast maakt. Aan de onderzijde zit net iets meer ruimte en dat betekent dat er ruimte is voor water. Door de onderzijde niet te kitten dat het er uitlopen.

Een ander zwak punt is het gat voor de mastbout. Grote kans dat er bij uw mast een gat dwars door de mast is geboord. Als de mast recht overeind staat wordt ze door de verstaging niet alleen op haar plek gehouden maar wordt er ook een neerwaartse kracht uitgeoefend waardoor de mast met kracht op de mastbout wordt gedrukt. Na verloop van jaren zal het, eerst ronde gat, langzaam maar zeker ovaal worden en zakt de mast iets naar beneden. In extreme gevallen bestaat de kans dat de mastvoet het dek of de onderkant van de mastkoker raakt. Een situatie die voorkomen moet worden want door de capillaire werking van het water blijft er altijd water aan de mast kleven waardoor er grote kans op rot bestaat.

Het is goed te controleren of het gat voor de mastbout nog mooi rond is en dat er geen water in (heeft) gestaan waardoor de binnenzijde van de mast kan gaan rotten. Bij onze lemsteraak was er geen sprake van rot maar het gat was niet rond meer. Tijd dus voor een eenvoudige oplossing, die overigens na 1980 bij meerdere schepen is toegepast. De oplossing bestaat uit 2 platen, van ieder 5 mm dik, en een buis die in een van de platen is gelast. Belangrijk is wel dat de buis niet door de plaat heen steekt maar halverwege de dikte van de plaat is vast gelast. Het uiteinde van de buis moet, aan de andere zijde van de mast, precies halverwege de dikte van de losse plaat uitkomen en hoeft daar niet gelast te worden zodat de platen altijd nog gedemonteerd kunnen worden. In de technische tekening is dat verder uitgewerkt. Voor een paar tientjes kan een lokaal metaal service bedrijf dit voor u lassen. Mijn advies is om als materiaal RVS 316 te gebruiken.

Montage

Met de juiste voorbereiding en hulpstukken zijn de mastplaten makkelijk te monteren. Omdat de diameter van de buis iets groter is dan het bestaande gat zal er een nieuw gat geboord moeten worden en daarbij moet ervoor gezorgd worden dat het gat mooi haaks geboord wordt. Daarvoor gebruik ik de volgende hulpstukken: 1) een dikke balk met een heb gat ter grote van de pijpboor, 2) een verlenging voor de pijpboor, 3) een boorgeleider en 4) een centreerplank voor de geleider.

Zoals gezegd gebruik ik een pijpboor van 25mm waarop een dopmoer met verlenging past. De lengte van de verlenging moet ongeveer even lang zijn als de dikte van de mast. De balk, met het boorgat, dient boven het bestaande gat gepositioneerd te worden en kan met behulp van lijmklemmen worden vast gezet. Zoals op de foto te zien is steekt de geleider aan de onderzijde van de mast uit. Gebruik een plank met een gat met een diameter die gelijk is aan die van de geleider en zet de plank ook met lijmklemmen vast. Zorg er daarbij voor dat alles netjes haaks is uitgelijnd. Als dat het geval is kan het gat geboord worden. Daarna kan de plaat met de buis door het gat gestoken worden en kan de omtrek van de plaat op de mast worden overgenomen en daarna met een beitel worden uitgestoken. Datzelfde nog eens aan de andere zijde van de mast en daarmee is de klus bijna geklaard. De platen goed in de kit leggen en met lange RVS groeven vastzetten.